Test jezelf

Test: Hoe denk jij?  Voor kind en jongere/volwassenen

Wil je weten of je in beelden denkt of dat je kind in beelden denkt (rechtsgeoriënteerd)?
Doe dan de onderstaande test. Tel het aantal keren dat je met ‘ja’ beantwoordt en kijk in het schema of jij of je kind links- of juist rechtsgeoriënteerd is.

Kind:

  1. Is je kind wiebelig?
  2. Heeft je kind problemen met tekenen of een slordig handschrift?
  3. Heeft je kind laat leren lopen?
  4. Is je kind overgevoelig voor kritiek?
  5. Heeft je kind een levendige fantasie?
  6. Maakt je kind graag constructies met speelgoed zoals Lego of Playmobil?
  7. Is je kind goed in het oplossen van puzzels en doolhoven?
  8. Als je je kind een boek 2 of 3 keer hebt voorgelezen, kan het dan de ontbrekende woorden foutloos invullen?
  9. Is het uiterst belangrijk voor je kind dat het zijn/haar leerkracht graag heeft om goede punten te behalen?
  10. Wordt je kind gemakkelijk afgeleid?
  11. Kan je kind moeilijk een opdracht op een logische, samenhangende manier afwerken?
  12. Heeft je kind de neiging om eerst te doen en dan te denken?
  13. Moet je etiketten uit zijn/haar kleding knippen?
  14. Raakt je kind erg overweldigd door sportevenementen, harde feestjes en in pretparken?
  15. Heeft je kind een hekel aan geknuffeld worden?
  16. Moet je kind er constant aan herinnerd worden om bepaalde taken te doen?
  17. Is je kind erg competitief, een slecht verliezer?
  18. Heeft je kind een goed gevoel voor humor?
  19. Is je kind een perfectionist?
  20. Heeft je kind levendige, gedetailleerde herinneringen aan een zomervakantie of een andere gebeurtenis van 1 of 2 jaar geleden?

0-4 ja zeer linksgeoriënteerd

5-8 ja beetje links

9-12 ja redelijk evenredig

13-16 ja beetje rechts

17-20 ja zeer rechtsgeoriënteerd
 

Jongere of volwassene:

  1. Onthoud je beter gezichten dan namen?
  2. Bij het installeren van bv een nieuwe telefoon, zoek je dan liever zelf uit hoe het werkt zonder de gebruiksaanwijzing?
  3. Kan je je beter concentreren bij het overdenken van ideeën als je op je eentje werkt?
  4. Vertrouw je eerder op de beelden om iets te onthouden dan op namen en woorden?
  5. Heb je een gevoelig gehoor?
  6. Haal je de etiketten uit je kleding?
  7. Heb je de neiging om jezelf te onderschatten?
  8. Als men je vraagt een woord te spellen, zie je het dan in je hoofd of luister je dan naar de klanken?
  9. Als je een onderwerp bestudeert, probeer je dan eerder het grote geheel te zien in plaats van al de details te leren?
  10. Ben je goed in puzzels en doolhoven?
  11. Kan je je dingen goed driedimensionaal voorstellen? Met andere woorden, kun je je een kubus in gedachten voorstellen, ermee draaien en vanuit alle hoeken bekijken zonder problemen?
  12. Vonden ze je vroeger een laatbloeier?
  13. Was het nodig dat je je leerkracht leuk vond om goed te kunnen presteren in de klas?
  14. Word je gemakkelijk afgeleid?
  15. Ben je zo perfectionistisch dat je daarom niet snel aan nieuwe dingen begint?
  16. Ben je uiterst competitief, slecht verliezer?
  17. Heb je mensen snel door?
  18. Heb je een onleesbaar handschrift?
  19. Heb je laat leren lopen of had je als kind andere achterstanden op motorisch gebied?
  20. Kan je in een nieuwe omgeving je weg gemakkelijk vinden?

0-4 ja zeer linksgeoriënteerd

5-8 ja beetje links

9-12 ja redelijk evenredig

13-16 ja beetje rechts

17-20 ja zeer rechtsgeoriënteerd